ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3588
Bij tussenuitspraak van 18 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5240, heeft de Afdeling het college opgedragen om binnen tien weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 14 juli 2021, waarbij de last onder dwangsom om het gebruik van het binnenterrein achter het perceel Vijzelstraat 75 in Den Haag als parkeervoorziening te beëindigen, in stand is gelaten, te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak overwogen dat het college bij Keizerrijk B.V. de gerechtvaardigde verwachting heeft gewekt dat zij het binnenterrein als parkeerterrein voor de woningen aan de Marcelisstraat 73 mocht gebruiken en het college daartegen niet handhavend zou optreden. Onder 7.3 heeft de Afdeling vervolgens overwogen dat deze gerechtvaardigde verwachtingen niet altijd moeten worden gehonoreerd. Andere belangen, zoals het algemeen belang of het belang van derden, kunnen zwaarder wegen. Die belangenafweging heeft het college echter niet gemaakt.
De uitspraak op rechtspraak.nl