ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3585
Bij besluit van 15 oktober 2024 heeft de examencommissie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam de door [appellant] gemaakte opdracht Jurisprudentie- en Literatuuronderzoek van het vak Amsterdam Law Firm 2.1 wegens fraude ongeldig verklaard en hem uitgesloten van de eerste-kans tentamens van de vakken Goederenrecht en Europees recht. [appellant] volgt de bachelor Rechtsgeleerdheid aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Voor het vak Amsterdam Law Firm 2.1 moest hij in groepsverband de opdracht Jurisprudentie- en Literatuuronderzoek maken. De werkgroepdocent heeft geconstateerd dat de in de opdracht gebruikte bronnen 2 tot en met 5 niet bestaan. [appellant] heeft op navraag van de docent te kennen gegeven deze bronnen te hebben toegevoegd aan de lijst van de geannoteerde bibliografie. Nadat de docent [appellant] te kennen heeft gegeven dat zij de bronnen niet kon vinden, heeft hij later op de dag links naar alternatieve bronnen aangeleverd.
De uitspraak op rechtspraak.nl