ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3550

Bij besluit van 12 februari 2021 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand vastgesteld dat [appellant] met terugwerkende kracht geen recht heeft op vergoeding van de kosten voor de werkzaamheden van de hem toegewezen advocaat en bepaald dat [appellant] de door de raad betaalde kosten van € 62.024,00 moet terugbetalen. Bij besluit van 25 juli 2017 heeft de raad op last van het Gerechtshof Den Haag aan [appellant] een advocaat toegewezen om hem bij te staan in een strafrechtelijke procedure. De toevoeging is ambtshalve verstrekt. Daarbij heeft de raad het inkomen en het vermogen van [appellant] niet getoetst. De advocaat heeft een vergoeding toegekend gekregen van de raad van € 62.024,00 voor de verrichte werkzaamheden in de strafzaak. Op 18 mei 2020 heeft het gerechtshof Den Haag [appellant] veroordeeld tot veertien jaar gevangenisstraf. Deze uitspraak is onherroepelijk geworden. Op basis van de strafzaak is een ontnemingsvordering aanhangig gemaakt, in welk verband nog een procedure loopt in hoger beroep. Het vermogen van [appellant] is geblokkeerd door een strafvorderlijk beslag.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken