ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3395
Bij besluit van 8 november 2011 heeft het college van burgemeester en wethouders van Peel en Maas het verzoek van Recreatiepark Breebronne B.V., Beleggingsmaatschappij De Ruige Hoek Maasbree B.V. en [bedrijf] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. Deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak van 18 december 2024. Voor een weergave van de voorgeschiedenis verwijst de Afdeling naar deze tussenuitspraak. Daarin is ook uiteengezet dat Breebronne en De Ruige Hoek hun planschadevordering op 26 juli 2022 hebben gecedeerd aan Bree Invest. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak van 18 december 2024 geoordeeld dat Wayland terecht heeft betoogd dat het college het bezwaar van de Holding in het besluit van 13 juni (lees: september) 2023 ten onrechte gegrond heeft verklaard, nu de Holding niet als belanghebbende kan worden aangemerkt. Haar bezwaar had daarom niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. De Afdeling heeft verder geoordeeld dat Thorbecke in haar advies van 21 juli 2023, dat aan het bestreden besluit ten grondslag is gelegd, terecht is uitgegaan van de planvergelijking die de STAB in een eerder in dit geschil uitgebracht advies van 26 juni 2015 heeft gemaakt.
De uitspraak op rechtspraak.nl