ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3281

Bij besluit van 16 februari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergen een aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring voor een woning afgewezen. Op 25 november 2022 heeft [appellante] op grond van artikel 11a, eerste lid, van de Huisvestingsverordening Bergen 2019 (de verordening) een urgentieverklaring aangevraagd in verband met hypothyreoïdie en hyperreactiviteitsklachten waardoor zij slecht tegen luchtvochtigheid kan, terwijl haar woning volgens haar een vochtprobleem heeft. Het college heeft zich in het besluit van 16 februari 2023, aangevuld in het besluit op bezwaar van 13 juni 2023, op het standpunt gesteld dat de door [appellante] geschetste woonomstandigheden geen grond bieden om haar een urgentieverklaring te geven. Verder heeft [appellante] niet of onvoldoende wegen en procedures benut om het door haar gestelde woonprobleem op te kunnen lossen. Bovendien heeft zij niet aangetoond dat zij niet zelf in staat is binnen zes maanden andere passende woonruimte te vinden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen