ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3251
Bij besluit van 29 juni 2021 heeft de korpschef van politie (hierna: de korpschef) het verzoek van [appellant] tot inzage en verstrekking van politiegegevens deels toegewezen en deels afgewezen. [appellant] heeft op 23 mei 2017 kennis kunnen nemen van zijn politiegegevens. Bij een eerder besluit van 11 februari 2020 heeft de korpschef beslist op een verzoek van [appellant] van 9 juni 2019 als bedoeld in artikel 25 van de Wet politiegegevens om kennis te nemen van de door de politie over hem verwerkte politiegegevens. Dit besluit staat in rechte vast. Op 8 april 2021 heeft [appellant] de korpschef opnieuw verzocht om inzage en informatie op grond van de Wpg. Dit keer had [appellant] nadrukkelijk verzocht om de politiegegevens die de eenheid Rotterdam in het kader van haar politieonderzoek over hem heeft verwerkt. De korpschef heeft op dit verzoek beslist door te verwijzen naar het besluit van 11 februari 2020. De korpschef wijst erop dat het verzoek alleen kan zien op gegevens die na de laatste kennisneming door [appellant] op 23 mei 2017 zijn verwerkt of waarvan kennisneming eerder geweigerd is.
De uitspraak op rechtspraak.nl