ABRvS 29 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:323
Bij besluit van 27 juni 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Duiven geweigerd handhavend op te treden tegen een bouwwerk op het perceel [locatie 1] in Duiven. Op het perceel [locatie 1] van [partij] zijn een schutting en een bouwwerk dat door hem als pergola wordt aangeduid gebouwd. [appellante] woont op het naastgelegen perceel [locatie 2]. Zij heeft het college verzocht om handhavend op te treden tegen het bouwwerk op het perceel, omdat er volgens haar sprake is van een overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo, omdat het bouwwerk volgens haar onderdeel uitmaakt van de erfafscheiding. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat het bouwwerk geen onderdeel uitmaakt van de erfafscheiding en moet worden aangemerkt als tuinmeubilair als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel 10, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. Dit betekent volgens het college dat het niet bevoegd is handhavend op te treden tegen het bouwwerk, omdat het bouwwerk lager is dan 2,50 m en dan ook omgevingsvergunningvrij kan worden gebouwd.
De uitspraak op rechtspraak.nl