ABRvS 29 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:317

Bij besluit van 23 mei 2019, aangevuld bij brief van 1 juli 2019, heeft het college van burgemeester en wethouders van Papendrecht beslist op een informatieverzoek van [appellant] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. Het college heeft een aantal documenten al dan niet gedeeltelijk openbaar gemaakt. Op 4 november en 31 december 2019 heeft het college nog meer documenten al dan niet gedeeltelijk openbaar gemaakt. Bij brief van 25 maart 2019 heeft [appellant] het college verzocht om openbaarmaking op grond van de Wob van interne en externe correspondentie uit de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2014 waarbij Bouwstoffenhandel De Rivierendriesprong Papendrecht B.V. betrokken is geweest, dan wel het onderwerp ervan is geweest. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college openbaarmaking van het merendeel van de weggelakte passages van de 172 e-mailberichten van advocatenkantoor Pels Rijcken op grond van artikel 11, eerste lid, van de Wob mocht weigeren.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen