ABRvS 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3088
Bij besluit van 20 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Soest [appellante sub 1] onder oplegging van bestuursdwang gelast om de woning op de percelen [locatie 1] en [locatie 2] te verwijderen en verwijderd te houden. Op de percelen [locatie 1] en [locatie 2] (hierna samen: het perceel) stonden twee gebouwen bij een hoofdgebouw op het perceel [locatie 3]. De twee gebouwen zijn in 2004 verbouwd en samengevoegd tot één gebouw dat vervolgens in gebruik is genomen als woning (hierna: de woning). [appellante sub 1] had een recht van opstal en haar echtgenoot [gemachtigde] het bloot-eigendom van het perceel. Op het perceel rust volgens het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Landelijk gebied" de bestemming "Wonen". [appellante sub 1] en [appellante sub 2] kunnen zich niet verenigen met de uitspraak van de rechtbank, waarin zij heeft geoordeeld dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat sprake is van een overtreding en er geen bijzondere omstandigheden zijn op grond waarvan het college van handhaving had moeten afzien.
De uitspraak op rechtspraak.nl