ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2981

Bij brief van 27 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hoorn medegedeeld dat het verzoek van [appellant] voor het plaatsen van een walstroomkast op de locatie [locatie] te Hoorn niet in behandeling wordt genomen. [appellant] heeft een varend woonschip met een permanente ligplaats aan de [locatie] in Hoorn. Hij heeft op 3 januari 2023 een verzoek gedaan voor het plaatsen van een walstroomkast op de grond gelegen voor zijn woonschip. Tot op heden neemt hij stroom af van de gemeentelijke haven. Het college heeft het verzoek van [appellant] niet in behandeling genomen omdat dit naar zijn mening geen aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is, omdat [appellant] geen belanghebbende is als bedoeld in artikel 1:2 van de Awb. De grond waarop de walstroomkast zou moeten komen, is eigendom van de gemeente, en de gemeente wil niet meewerken aan plaatsing van particuliere walstroomkasten op de kade. Het bezwaar van [appellant] tegen de reactie van het college is niet-ontvankelijk verklaard omdat die reactie volgens het college geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken