ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2973
Bij besluit van 23 juli 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland het verzoek van de stichting van 1 augustus 2019 om de vergunning van 7 december 2015 op grond van de Wet natuurbescherming van [bedrijf] in te trekken op grond van artikel 5.4, eerste lid onder b, en het tweede lid, van de Wnb, geweigerd. De stichting heeft verzocht om de natuurvergunning van de geitenhouderij aan de [locatie] in Hurwenen van 7 december 2015 gedeeltelijk in te trekken op grond van artikel 5.4, eerste lid en onder b, en het tweede lid, van de Wnb. Daartoe heeft de stichting aangevoerd dat het niet mogelijk is om 5510 geiten te houden in vier stallen. Bij toepassing van de normen in het "Handboek Geitenhouderij" kunnen er maximaal 3609 geiten worden gehouden. De stichting heeft dan ook verzocht om de natuurvergunning in te trekken in zoverre dat er maximaal 3609 geiten mogen worden gehouden. Ook worden volgens de stichting onvoldoende passende maatregelen genomen om verslechtering of verstoring te voorkomen van de natuurwaarden in het Natura 2000-gebied Rijntakken. Het college heeft overwogen dat er andere passende maatregelen kunnen worden getroffen om verslechtering te voorkomen en daarom intrekking niet nodig is als passende maatregel.
De uitspraak op rechtspraak.nl