ABRvS 25 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2841
Bij e-mailbericht van 12 juli 2023 heeft de vice-decaan Onderwijs van de faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie (REBO) van de Universiteit Utrecht [appellante] meegedeeld dat voortaan slechts via één e-mailadres met haar zal worden gecommuniceerd. De vice-decaan van de faculteit REBO heeft in het e-mailgedrag van [appellante] aanleiding gezien om de correspondentie van [appellante] te kanaliseren. Alle mails die [appellante] richt aan andere e-mailadressen worden niet beantwoord. E-mailcontact met de cursuscoördinator, scriptiecoördinator en scriptiebegeleider zijn uitgezonderd van deze verplichting. Hiertegen is [appellante] niet opgekomen. Op 26 maart 2024 heeft [appellante] het college verzocht om deze verplichting op te heffen. Het college heeft dit verzoek afgewezen en zich op het standpunt gesteld dat [appellante] tegen die beslissing op grond van artikel 2:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geen bezwaar kan maken. Tegen deze beslissing heeft [appellante] beroep ingesteld bij de Afdeling.
De uitspraak op rechtspraak.nl