ABRvS 18 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2685

Bij beslissing van 7 januari 2025 heeft de Examencommissie Sociaal Juridische Dienstverlening het verzoek van [appellante] om ontheffing van de ingangseis voor het onderdeel stage afgewezen. Bij beslissing van 24 april 2025 heeft het College van Beroep voor de Examens van de Hogeschool van Amsterdam het daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellante] is in het studiejaar 2021-2022 met de opleiding Sociaal Juridische Dienstverlening aan de Hogeschool van Amsterdam gestart en is inmiddels derdejaarsstudente. Onderdeel van het derde studiejaar is de stage. Een student mag pas aan het onderdeel stage deelnemen nadat de propedeuse en 50 studiepunten uit het tweede studiejaar, inclusief de module Professionalisering 2.2, zijn behaald. Niet in geschil is dat [appellante] niet aan deze ingangseis voldeed. Zij heeft de examencommissie daarom op 17 december 2024 verzocht om per maart 2025 te mogen starten met het onderdeel stage, ondanks dat zij niet aan de gestelde ingangseis voldeed.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen