ABRvS 28 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2424
Bij besluit van 6 december 2022 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen het aan [appellant] afgegeven rijbewijs ongeldig verklaard. Naar aanleiding van een mededeling als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, heeft het CBR [appellant] een onderzoek naar de rijgeschiktheid opgelegd en zijn rijbewijs geschorst. Aan de mededeling heeft het CBR ten grondslag gelegd dat [appellant] gelet op een bij hem afgenomen speekseltest, door de verbalisant waargenomen kenmerken en eerdere registraties met betrekking tot drugs, zou hebben gereden onder invloed van drugs. Het bloedonderzoek gaf een uitslag van 13 microgram THC per liter bloed. Op basis van de ontvangen informatie bestond er bij het CBR een vermoeden dat er bij [appellant] sprake is van drugsmisbruik. De rechtbank heeft geoordeeld dat het CBR het rijbewijs van [appellant] ongeldig heeft mogen verklaren. Uit de verklaring van de psychologe van Rijbewijsbelang blijkt meer dan voldoende dat [appellant] weerstand heeft geboden bij het beantwoorden van vragen.
De uitspraak op rechtspraak.nl