ABRvS 21 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2291
Bij besluit van 14 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veere geen gevolg gegeven aan de aangifte van [appellant sub 1] tot wijziging van haar woonadres in de basis registratie personen. [appellant sub 1] is eigenaar van de woning aan de [locatie 1]. Deze woning grenst met de achtertuin aan de achtertuin van de woning in de [locatie 2], waar haar ouders wonen. Bij besluit van 27 maart 2018 heeft het college [appellant sub 1] een last onder dwangsom opgelegd wegens het laten gebruiken van de woning aan de [locatie 1] voor recreatieve doeleinden en het laten gebruiken van het bijgebouw bij deze woning voor recreatief nachtverblijf zonder dat de woning permanent wordt bewoond. Hierbij is vastgesteld dat [appellant sub 1] zelf woont in de [locatie 2] in de woning van haar ouders. Dit heeft geleid tot het verbeuren van dwangsommen, omdat uit controles van de woning bleek dat deze verhuur ook na het opleggen van de last werd voortgezet. De feiten en omstandigheden in die zaak staan inmiddels onherroepelijk vast (zie de uitspraak van de Afdeling van 14 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:769).
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 18 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3804
- ABRvS 23 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3217
- ABRvS 4 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1198
- Rb. Zeeland-West-Brabant 25 maart 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:1470
- Rb. Zeeland-West-Brabant 25 maart 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:1471
- ABRvS 14 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:769
- ABRvS 18 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2799