ABRvS 14 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2173

Bij besluit van 3 maart 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het vellen van een houtopstand afgewezen. Op grond die in eigendom is van [appellant] zijn houtopstanden geveld, zonder dat daarvan vooraf melding is gedaan aan het college. Dit is in strijd met artikel 4.2, eerste lid, van de Wet Natuurbescherming. [appellant] heeft bij de gemeente een verzoek om handhaving ingediend dat ziet op verschillende activiteiten van [partij], als eigenaar van het naastgelegen perceel, op zijn grond. Hij verzoekt om het opleggen van dwangsommen om zo te bewerkstelligen dat zijn grond in de oude toestand wordt hersteld. Voor zover het gaat om het vellen van de houtopstand is dit verzoek doorgezonden aan het college, dat dit verzoek heeft afgewezen. In dit geschil is alleen de uitspraak van de rechtbank over deze afwijzing aan de orde. Het college heeft het verzoek afgewezen omdat handhaving geen doel dient, aangezien het vellen al heeft plaatsgevonden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen