ABRvS 23 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1826

Bij besluit van 13 november 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schiedam een aanvraag van [appellant] om een huisvestingsvergunning afgewezen. [appellant] heeft een aanvraag gedaan om een huisvestingsvergunning voor het adres [locatie] te Schiedam te verkrijgen. Op het adres is de Wbmgp van toepassing verklaard. Daarom is voor het in gebruik nemen van de woning op het adres een huisvestingsvergunning vereist, waarvoor de burgemeester een woonverklaring moet afgeven. In dit kader doet de burgemeester onderzoek naar het recente woongedrag van potentiële huurders en eventuele leden van hun huishouden. Op 31 oktober 2019 heeft de burgemeester een negatieve woonverklaring voor [appellant] afgegeven, omdat hij in het verleden ernstige woonoverlast heeft veroorzaakt. Het college heeft de negatieve woonverklaring aan het besluit van 13 november 2019 ten grondslag gelegd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken