ABRvS 14 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1626
Bij besluit van 4 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer aan [verzoeker] een last onder dwangsom opgelegd. [verzoeker] is eigenaar van de woning aan de [locatie] in Spaarndam. Op de gronden bij de woning staat een aantal bouwwerken. Naar aanleiding van een verzoek om handhaving van een omwonende heeft een toezichthouder van het college de locatie bezocht en vastgesteld, voor zover hier van belang, dat in het achtererfgebied zes bijbehorende bouwwerken staan met een totale oppervlakte van 305 m2. Volgens het college wordt daarmee de maximaal te bebouwen oppervlakte in het achtererfgebied overschreden. Bij het besluit van 4 juli 2022 heeft het college gelast de overtreding te beëindigen en beëindigd te houden. Bij het besluit op bezwaar van 6 februari 2023 heeft het college die last gehandhaafd en bepaald dat [verzoeker] aan de last kan voldoen door de zonder vergunning gebouwde bouwwerken in het achtererfgebied te verwijderen of in omvang terug te brengen zodat een totale oppervlakte van 250 m2 aan bijbehorende bouwwerken niet wordt overschreden. De dwangsom is daarbij vastgesteld op een bedrag van € 5.000,00 ineens.
De uitspraak op rechtspraak.nl