ABRvS 9 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1578
Bij besluit van 29 juli 2021 heeft de korpschef de aanvraag van [appellant] voor een jachtakte afgewezen. De korpschef heeft de aanvraag van [appellant] voor een jachtakte afgewezen, omdat hij vindt dat er vrees voor misbruik bestaat. De korpschef heeft zich daarbij gebaseerd op feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan op 26 en 31 augustus 2020, die hebben geleid tot een veroordeling door de rechtbank Rotterdam voor vernieling. De minister heeft het tegen dit besluit ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard en heeft zich in zijn besluit gebaseerd op een in hoger beroep gewezen uitspraak van het Gerechtshof Den Haag. Daarin is [appellant] veroordeeld voor het met een graafmachine weghalen van een door de buurman geplaatste beschoeiing in een sloot, maar heeft het Hof aanleiding gezien om geen straf op te leggen. Zowel dit feit als de psychische gesteldheid van [appellant] zijn volgens de minister voldoende om vrees voor misbruik aan te nemen. De reden voor het weghalen van de beschoeiing was dat [appellant] en zijn vader vonden dat de beschoeiing op het eigendom van vader was geplaatst.
De uitspraak op rechtspraak.nl