ABRvS 9 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1577

Bij besluit van 11 januari 2023 heeft de Dienst Toeslagen (hierna: de Dienst) het kindgebonden budget van [appellante] over het jaar 2021 herzien, definitief vastgesteld op nihil en het aan haar uitgekeerde voorschot inclusief rente teruggevorderd. [appellante] heeft over het jaar 2021 een voorschot kindgebonden budget ten bedrage van € 2.992,00 ontvangen. Dit voorschot is gebaseerd op haar geschatte jaarinkomen. Op 19 oktober 2022 heeft de Dienst een melding uit de Basisregistratie Inkomen ontvangen dat het toetsingsinkomen van [appellante] over het jaar 2021 € 47.082,00 bedraagt en dat zij een rendementsgrondslag heeft van € 127.679,00. De Dienst heeft op grond van deze melding op 11 januari 2023 het kindgebonden budget van [appellante] herzien en definitief vastgesteld op nihil. Het vermogen van [appellante] is namelijk te hoog om in aanmerking te komen voor het kindgebonden budget. De Dienst heeft daarom het ontvangen kindgebonden budget van € 3.055,00 (inclusief wettelijke rente à € 63,00) teruggevorderd. Bij besluit van 30 mei 2023 heeft de Dienst de herziening en terugvordering in stand gelaten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken