ABRvS 9 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1575
Bij brief van 6 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan [appellant] laten weten dat hij geen gehoor geeft aan zijn verzoek om de besluitvorming over de intrekking van zijn Nederlanderschap aan te houden. De staatssecretaris heeft [appellant] op 18 januari 2023 laten weten dat hij voornemens is zijn Nederlanderschap in te trekken. De reden hiervoor is dat [appellant] onherroepelijk is veroordeeld wegens een terroristisch misdrijf als bedoeld in artikel 83 van het Wetboek van Strafrecht. Uit artikel 14, tweede lid, aanhef en onder b, van de Rijkswet op het Nederlanderschap volgt dat de staatssecretaris in zo’n geval het Nederlanderschap kan intrekken. De staatssecretaris kan het Nederlanderschap echter niet intrekken wanneer dit leidt tot staatloosheid van de betrokkene. Dit volgt uit artikel 14, achtste lid, van de RWN. In zijn zienswijze en in een e-mail van 28 maart 2023 heeft [appellant] de staatssecretaris verzocht de besluitvorming over de intrekking van het Nederlanderschap aan te houden.
De uitspraak op rechtspraak.nl