ABRvS 2 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1441

Bij besluit van 28 december 2021 heeft de Dienst het voorschot zorgtoeslag van [appellante] voor het jaar 2022 vastgesteld op nihil. [appellante] heeft voorschotten zorgtoeslag en kindgebonden budget ontvangen voor het jaar 2020. Bij de definitieve berekening heeft de Dienst [persoon] aangemerkt als toeslagpartner van [appellante]. De Dienst heeft vervolgens de zorgtoeslag en het kindgebonden budget van [appellante] vastgesteld op nihil, omdat het gezamenlijk toetsingsinkomen van [appellante] en [persoon] te hoog is om hiervoor in aanmerking te komen. De Dienst heeft daarom een bedrag van € 548,00 (inclusief wettelijke rente à € 11,00) teruggevorderd. De Dienst heeft om deze reden ook het voorschot zorgtoeslag van [appellante] voor het jaar 2022 herzien en vastgesteld op € 334,00. Volgens de Dienst was [persoon] in de periode tussen 1 januari 2022 en 15 september 2022 de toeslagpartner van [appellante].

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken