ABRvS 19 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1174
Bij besluit van 14 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda een omgevingsvergunning verleend aan [vergunninghouder] voor het bouwen van een woning aan de [locatie]. Op 22 september 2020 heeft hij een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van een vrijstaande woning op het perceel. Deze woning heeft een deel met twee bouwlagen en een deel met één bouwlaag (de laagbouw) en een kelder. Het college heeft de aangevraagde omgevingsvergunning verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 1° en onder 2° van de Wabo, gelezen in samenhang met artikel 4, onderdeel 1, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. [appellant A] en [appellant B] en [appellant C] betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het bouwplan is gelegen in het oorspronkelijke bebouwingslint aan de Nieuw Wolfslaarlaanen dat het college zich daarom ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de afstand tot aan de zijdelingse perceelsgrens 3 m mag bedragen.
De uitspraak op rechtspraak.nl