ABRvS 19 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1166
Bij besluit van 26 februari 2020 heeft de Autoriteit Persoonsgegevens het verzoek van [appellante] om handhavend op te treden tegen de gemeente Westland afgewezen. [appellante] heeft op 30 juli 2018 een verzoek om inzage in haar persoonsgegevens op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming bij het college van burgemeester en wethouders van Westland ingediend. Bij besluit van 26 september 2018 heeft het college [appellante] laten weten dit verzoek niet te behandelen, omdat de identiteit van [appellante] niet met zekerheid kon worden vastgesteld. Met het besluit van 7 januari 2019 heeft het college alsnog het verzoek van [appellante] in behandeling genomen en aan haar toenmalige gemachtigde stukken overgelegd. Volgens [appellante] heeft het college niet volledig aan haar verzoek voldaan en haar ook overvraagd door eisen te stellen aan de vaststelling van haar identiteit. Het college was volgens haar zeker van haar identiteit omdat zij bij de gemeente heeft gewerkt. Omdat het college volgens [appellante] op deze wijze in strijd met de AVG heeft gehandeld heeft zij een verzoek om handhaving bij de AP ingediend.
De uitspraak op rechtspraak.nl