ABRvS 19 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1131
Bij besluit van 6 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [appellant] een tegemoetkoming in planschade van € 33.075,00 toegekend. Bij brief van 28 juni 2018 heeft [appellant] een aanvraag ingediend om tegemoetkoming in planschade die hij in de vorm van waardevermindering van de woning heeft geleden als gevolg van de planologische besluitvorming ten behoeve van een windturbine op het terrein aan de [locatie 2] in afwijking van de ter plaatse geldende beheersverordening Vlietzone. De windturbine staat op ongeveer 550 meter van de woning. [appellant] was van 3 juli 1989 tot 8 januari 2018 eigenaar van de woning aan [locatie 1]. [partij] heeft met de gemeente Den Haag een overeenkomst als bedoeld in artikel 6.4a van de Wet ruimtelijke ordening gesloten, waarbij zij zich heeft verbonden om eventuele door het college toe te kennen tegemoetkomingen in planschade als gevolg van de planologische besluitvorming voor haar rekening te nemen.
De uitspraak op rechtspraak.nl