ABRvS 6 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:939
Bij besluit van 20 mei 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag geweigerd een omgevingsvergunning te verlenen voor het veranderen van de woning van [appellant] aan de [locatie] in Den Haag naar twee woningen. Bij besluit van 1 december 2021 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellant] heeft zijn woning aan de [locatie] in Den Haag in 2013 in bouwkundige zin gesplitst naar twee woningen. Enige tijd later heeft [appellant] hierover contact gezocht met een juridisch planologisch medewerker van de gemeente Den Haag. In een e-mailbericht van 5 november 2019 heeft deze medewerker [appellant] erop gewezen dat hij voor het splitsen van de woning een omgevingsvergunning voor de activiteit "bouwen" en een woningvormingsvergunning nodig heeft. [appellant] heeft vervolgens de woningvormingsvergunning aangevraagd en, nadat deze in eerste instantie was geweigerd, uiteindelijk op 23 november 2020 gekregen. Deze woningvormingsvergunning ligt in deze procedure verder niet voor.
De uitspraak op rechtspraak.nl