ABRvS 6 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:937
Bij besluit van 5 augustus 2020 heeft de minister aan [appellante] een bestuurlijke boete van € 10.800,00 opgelegd voor vier overtredingen van het Arbeidsomstandighedenbesluit. [appellante] is een bedrijf dat zich richt op asbestsanering. [appellante] heeft met de vennootschap [bedrijf] (hierna: [bedrijf]) een overeenkomst gesloten waarin is opgenomen dat [appellante] vanaf 7 januari 2019 arbeidskrachten ter beschikking zal stellen aan [bedrijf]. [appellante] is in de overeenkomst aangeduid als uitlener en [bedrijf] als inlener. In de overeenkomst is opgenomen dat de arbeidskrachten onder leiding en toezicht van [bedrijf] werkzaamheden zullen verrichten voor [appellante]. Bij een asbestsaneringsproject van [appellante] op 15 november 2019 in Oosteind, gemeente Oosterhout, heeft de Arbeidsinspectie overtredingen van de artikelen 4.47c, eerste lid, 4.54d, eerste lid, 7.3, tweede lid, en 7.18b, eerste lid, onder b, van het Arbobesluit geconstateerd. De rechtbank heeft geoordeeld dat voor de vraag wie werkgever in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet is, bepalend is wat de concrete situatie op 15 november 2019 was en wie toen het gezag uitoefende.
De uitspraak op rechtspraak.nl