ABRvS 28 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:857

Bij besluit van 13 april 2021 heeft de staatssecretaris het Nederlanderschap van [appellant] ingetrokken. Deze intrekking heeft ook tot gevolg dat [naam kind], het kind van [appellant] en zijn ex-vriendin [ex-vriendin], bij de geboorte niet het Nederlanderschap heeft verkregen. De staatssecretaris heeft het Nederlanderschap van [appellant] ingetrokken krachtens artikel 14, eerste lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap. De staatssecretaris heeft hiervoor als reden gegeven dat uit onderzoek is gebleken dat [appellant] eigenlijk [andere achternaam] heet en is geboren op [geboortedatum] 1985. Volgens de staatssecretaris zou hij de asielaanvraag van [appellant] hebben afgewezen als hij dit had geweten. Ook zou aan [appellant] vervolgens nooit het Nederlanderschap zijn verleend. De staatssecretaris heeft zijn standpunt gebaseerd op foto’s van een Iraanse identiteitskaart. Deze identiteitskaart is afgegeven op naam van [andere achternaam], geboren op [geboortedatum] en voorzien van een pasfoto van [appellant]. Als naam van de vader is vermeld ‘[voornaam vader]’, de voornaam die [appellant] heeft genoemd tijdens het eerste asielgehoor.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen