ABRvS 28 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:856
Bij besluit van 7 oktober 2020, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 4 februari 2021, heeft de raad voor rechtsbijstand de vastgestelde vergoeding voor verleende rechtsbijstand ingetrokken. [appellant] heeft rechtsbijstand verleend aan [rechtzoekende]. Rechtzoekende en zijn voormalige echtgenote huurden gezamenlijk een woonruimte. Naar aanleiding van de plannen van de gemeente om deze woning te slopen en vervangende woonruimte aan te bieden, heeft [appellant] namens rechtzoekende een procedure tegen zijn ex-partner gestart bij de kantonrechter. De raad heeft de daarvoor door [appellant] aangevraagde toevoeging met zaakcode ‘H040 geschil (ver)huur woonruimte’ verleend. De ex-partner heeft een eis in reconventie ingesteld. De kantonrechter heeft in het vonnis van 20 november 2019 de vordering van rechtzoekende, dat zijn ex-partner medewerking moest verlenen bij de opzegging van de medehuurovereenkomst, toegewezen. Voor de verleende rechtsbijstand heeft [appellant] nadien een vergoeding ontvangen van de raad.
De uitspraak op rechtspraak.nl