ABRvS 28 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:850
Bij besluit van 23 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlem de aanvraag van [appellant] om schuldhulpverlening afgewezen. [appellant] heeft een aanvraag om een aanbod schuldhulpverlening op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening ingediend. Bij het besluit van 23 juni 2021 heeft het college de aanvraag afgewezen omdat één van de schulden nog niet vaststaat en in geschil voorligt bij de rechter. Bij het besluit van 30 december 2021 heeft het college het bezwaar van [appellant] ongegrond verklaard en de motivering van het besluit van 23 juni 2021 aangevuld. De nadere motivering houdt in dat het niet mogelijk was om een schuldregeling op te starten, omdat één van de schulden nog niet vaststaat en met de betreffende schuldeiser geen schuldregeling kon worden overeengekomen. Een minnelijke schuldregeling kan alleen starten als alle schuldeisers hebben ingestemd met het voorstel. De betwiste schuld betreft een uitkeringsfraudevordering die de gemeente heeft op [appellant] wegens schending van de inlichtingenplicht, als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Participatiewet.
De uitspraak op rechtspraak.nl