ABRvS 28 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:849

Bij besluit van 3 september 2021 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de aan [appellant B] over 2018 toegekende zorg- en huurtoeslag en het kindgebonden budget herzien en definitief vastgesteld op nihil en de voorschotten teruggevorderd. De dienst heeft de eerder vastgestelde toeslagen over 2018 herzien naar aanleiding van de melding van 14 juli 2021 vanuit de Basisregistratie Inkomen. Daarin staat dat de grondslag sparen en beleggen van [appellant A] over 2018 € 96.300,00 is. Hiermee wordt de vermogensgrens voor de toeslagen overschreden. De dienst heeft het bedrag dat aan [appellanten] onverschuldigd aan toeslagen is betaald, in totaal € 10.172,00, teruggevorderd. De terugvordering heeft te maken met de koopwoning die [appellant A] met zijn ex-partner had. De rechtbank heeft onder meer het verband uitgelegd tussen de door [appellanten] ingediende aangiftes inkomstenbelasting over 2018, waarop die woning is vermeld, en het recht op toeslagen. [appellanten] hebben in hun hogerberoepschrift en op de zitting bij de Afdeling naar voren gebracht dat zij die uitleg duidelijk vinden en daardoor ook begrijpen dat zij in 2018 dus geen recht hadden op de toeslagen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken