ABRvS 28 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:846
Bij besluit van 22 november 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem de volgens hem van rechtswege verbeurde dwangsom van € 75.000,00 bij [appellant] ingevorderd. Bij besluit van 24 augustus 2016 heeft het college aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd. Daarin is [appellant] gelast om op het perceel [locatie] te Oude Wetering overtredingen van de Woningwet en het Bouwbesluit ongedaan te maken. Daartegen heeft [appellant] bezwaar gemaakt. Het besluit van 24 augustus 2016 bepaalt dat [appellant] binnen vier maanden na de dagtekening van dat besluit aan de last moest voldoen om verbeurte van de dwangsom te voorkomen. De last onder dwangsom is meerdere keren geschorst door de voorzieningenrechter van de rechtbank. In de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling van 29 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:279, is de last onder dwangsom vervolgens geschorst tot en met 12 weken na de uitspraak. De schorsing liep daardoor tot 24 april 2018. Bij controles op 24 april 2018 en 26 september 2018 heeft het college geconstateerd dat [appellant] de overtredingen op het perceel niet ongedaan heeft gemaakt.
De uitspraak op rechtspraak.nl