ABRvS 28 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:843

Bij besluit van 21 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam het verzoek van [appellante] om openbaarmaking op grond van de Wet openbaarheid van bestuur gedeeltelijk afgewezen.[appellante] was eigenaar van [café] in Amsterdam. Zij heeft in 2017 een exploitatievergunning en een Drank- en Horecavergunning aangevraagd. Het college heeft de exploitatievergunning geweigerd, omdat sprake zou zijn van slecht levensgedrag. Het college heeft de Drank- en Horecavergunning buiten behandeling gesteld. Als gevolg hiervan kon [appellante] haar onderneming niet exploiteren en heeft zij deze uiteindelijk beëindigd. Hierdoor stelt zij schade te hebben geleden. [appellante] heeft op 8 juni 2020 een Wob-verzoek over de weigering en de buitenbehandelingstelling ingediend. Zij heeft verzocht om alle onderliggende informatie/correspondentie/mails/adviezen die vanaf maart 2017 tot aan haar Wob-verzoek van 8 juni 2020 over haar aanvraag door de ambtelijke en bestuurlijke organisatie is gewisseld en alle correspondentie met eventuele derden waaronder ook (maar niet uitsluiteind) de eventuele correspondentie met de pandeigenaar en hoofdverhuurder.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken