ABRvS 14 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:751
Bij besluit van 7 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gouda bij [appellant] een dwangsom van € 2.500,- ingevorderd. Bij besluit van 6 april 2021 heeft het college het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 27 juli 2022 (ECLI:NL:RBDHA:2022:7675) heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Het hoger beroep richt zich tegen deze uitspraak. Het college heeft [appellant] gelast om geen inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben op een openbare plaats in de gemeente Gouda onder oplegging van een dwangsom van € 2.500,- per geconstateerde overtreding, met een maximum van € 10.000,-. Artikel 2:23A, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2009 verbiedt namelijk het vervoeren van inbrekerswerktuigen of bij inbrekerswerktuigen op een openbare plaats in de gemeente Gouda bij zich te hebben. Tegen de last onder dwangsom heeft [appellant] geen rechtsmiddelen aangewend.
De uitspraak op rechtspraak.nl