ABRvS 17 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:62
Bij besluit van 27 november 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellant] een boete opgelegd van € 20.500,- voor, voor zover thans nog van belang, het onttrekken of onttrokken houden van de woning aan de [locatie 1] te Amsterdam aan de woningvoorraad. [appellant] was tot 1 november 2019 huurder van de woning aan de [locatie 1] in Amsterdam (hierna: de woning). De Stichting Pensioenfonds Rabobankorganisatie is eigenaar van de woning. De woning bestaat uit drie bouwlagen en heeft vier slaapkamers. In de basisregistratie personen (hierna: de brp) stond op het adres naast [appellant] ook [persoon A] ingeschreven. Op 30 april 2019 heeft de gemeente Amsterdam een melding ontvangen dat er vier mensen in de woning verblijven. Naar aanleiding van deze melding hebben toezichthouders de woning op 3 juni 2019 bezocht. Van dit bezoek is een rapport van bevindingen gemaakt. Uit dit rapport blijkt, zakelijk weergegeven, het volgende. De toezichthouders troffen in de woning [persoon A] aan, die heeft verklaard dat hij € 500,- per maand aan huur betaalt en dat in de woning ook [persoon B] woont, evenals een man van wie hij de naam niet kent.
De uitspraak op rechtspraak.nl