ABRvS 24 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5377
Bij besluit van 21 februari 2022 heeft de raad voor rechtsbijstand aanvragen van [appellant A] om vergoeding voor aan [appellant B] verleende rechtsbijstand, afgewezen. [appellant A] heeft als advocaat twee aanvragen ingediend voor vergoeding van de kosten die zij heeft gemaakt voor aan [appellant B] verleende rechtsbijstand in twee zaken met toevoegingen onder nrs. 2FG1149 en 2FG1150. De raad heeft deze aanvragen gelet op artikel 12, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wet op de rechtsbijstand en artikel 3, aanhef en onder b, van het Besluit rechtsbijstand- en toevoegcriteria afgewezen, omdat uit de aanvragen niet blijkt van voldoende reden voor rechtsbijstand. Bij besluit van 1 mei 2016 heeft de raad aan [appellant A] een toevoeging onder nummer 2FG1149 verleend voor rechtsbijstand aan [appellant B] voor de behandeling van een beroepsprocedure asiel. Vervolgens heeft de raad bij een tweede besluit van 1 mei 2016 aan [appellant A] een toevoeging onder nummer 2FG1150 verleend voor rechtsbijstand voor de behandeling van een samenhangende voorlopige voorziening voor dezelfde cliënt.
De uitspraak op rechtspraak.nl