ABRvS 24 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5376

Bij besluiten van 2 februari 2022 heeft de raad voor rechtsbijstand aanvragen van [appellant B] voor vergoeding van aan [appellant A] verleende rechtsbijstand, afgewezen. [appellant B] heeft als advocaat twee aanvragen ingediend voor vergoeding van de kosten die zij heeft gemaakt voor aan [appellant A] verleende rechtsbijstand in twee procedures met toevoegingen onder nrs. 2FH2708 en 2FH2922. De raad heeft, onder verwijzing naar artikel 12, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wet op de rechtsbijstand, gelezen in samenhang met artikel 3, aanhef en onder b, van het Besluit rechtsbijstand- en toevoegcriteria, beide aanvragen afgewezen, omdat [appellant A] met onbekende bestemming is vertrokken en [appellant B], gegeven die omstandigheid, de noodzaak van rechtsbijstand niet aannemelijk heeft gemaakt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen