ABRvS 24 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5372
Bij besluiten van 22 februari 2022 heeft de raad voor rechtsbijstand de aanvragen van [appellant] om toevoeging voor rechtsbijstand voor het indienen van beroep en voor het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening, afgewezen. De gemachtigde van [appellant] heeft namens hem twee aanvragen ingediend voor vergoeding van te verlenen rechtsbijstand voor het indienen van beroep en voor het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening in het kader van het buiten behandeling stellen van de asielaanvraag van [appellant]. De raad heeft beide aanvragen afgewezen, omdat de gemachtigde in de aanvragen heeft vermeld dat [appellant] met onbekende bestemming is vertrokken. Gelet op artikel 12, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wet op de rechtsbijstand, gelezen in samenhang met artikel 3, aanhef en onder b, van het Besluit rechtsbijstand- en toevoegcriteria blijkt uit de aanvragen daarom niet dat er voldoende reden is voor rechtsbijstand.
De uitspraak op rechtspraak.nl