ABRvS 18 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5267
Op 15 februari 2024 heeft het CvB een schriftelijke waarschuwing aan [appellante] gegeven. Het CvB heeft op 15 februari 2024 een schriftelijke waarschuwing aan [appellante] gegeven, omdat zij volgens het CvB op een intimiderende, dwingende en niet-respectvolle wijze heeft gecommuniceerd met diverse medewerkers van de universiteit. Deze communicatie ging onder meer over het (opnieuw) toekennen van voorzieningen in het kader van flexibel studeren. Om deze voorzieningen af te dwingen zou [appellante] hebben gedreigd dat zijzelf of een familielid van haar naar de campus zou komen. Op 9 februari 2024 zijn [appellante] en haar moeder ook naar de campus gekomen. Uiteindelijk heeft de politie de moeder van [appellante] het pand uit begeleid. Het CvB heeft [appellante] in de bovengenoemde waarschuwing te kennen gegeven dat het ervan uitgaat dat zij het ongewenste gedrag achterwege zal laten, maar dat als zij dat niet doet, aan haar tijdelijk de toegang tot de campus en het onderwijs zal worden ontzegd.
De uitspraak op rechtspraak.nl