ABRvS 11 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5096

Bij brief van 4 februari 2021 heeft de commissie aan [appellant] meegedeeld dat de ingebrekestelling ten aanzien van het niet tijdig nemen van een beslissing op zijn verzoek om informatie, niet in behandeling wordt genomen. De commissie heeft in een bezwaarprocedure over een handhavingsverzoek, waarin [appellant] belanghebbende was, advies gegeven. [appellant] heeft bij brief van 7 december 2020, onder verwijzing naar de Wet openbaarheid van bestuur, de commissie verzocht alle door de gemeente in die zaak aangeleverde documenten en een kopie van de audio-opname van de hoorzitting, te verstrekken. [appellant] heeft op 6 januari 2021 de commissie in gebreke gesteld wegens het uitblijven van een beslissing op zijn verzoek. De rechtbank heeft geoordeeld dat de commissie de ingebrekestelling terecht niet in behandeling heeft genomen, omdat het verzoek van [appellant] van 7 december 2020 niet is aan te merken als een Wob-verzoek en daarmee geen aanvraag is, in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken