ABRvS 11 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5090
Bij besluit van 19 januari 2022 heeft de korpschef van politie een verzoek van [appellant] om inzage op grond van artikel 25 van de Wet politiegegevens toegewezen. Bij besluit van 28 juni 2022 heeft de korpschef het besluit van 19 januari 2022 gedeeltelijk ingetrokken en vervangen door dit besluit. [appellant] heeft de korpschef op grond van artikel 25 van de Wpg verzocht om inzage in over hem verwerkte politiegegevens. In het besluit van 19 januari 2022 heeft de korpschef dit verzoek gedeeltelijk toegewezen. In drie van de veertien documenten heeft de korpschef geen inzage verleend. Bij het besluit van 28 juni 2022 heeft de korpschef het besluit van 19 januari 2022 gedeeltelijk ingetrokken en besloten dat [appellant] alsnog gedeeltelijk inzage krijgt in twee van de drie documenten en in één document gehele inzage. Op de zitting bij de rechtbank heeft [appellant] zijn beroep beperkt tot vijf documenten. Daarbij heeft hij opgemerkt dat het hem niet te doen is om de namen van de verbalisanten die erin staan, maar alleen om controle van de weggelakte passages. Hij wil weten of deze inderdaad niet op hem zien.
De uitspraak op rechtspraak.nl