ABRvS 27 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4875
Bij brief van 6 februari 2019 heeft [appellant] de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verzocht om openbaarmaking van documenten. [appellant] heeft de minister op 6 februari 2019 verzocht om openbaarmaking van minuten over besluiten van de minister tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor een bepaalde tijd met gebruikmaking van zijn zogenoemde discretionaire bevoegdheid. Het verzoek is gedaan met het oog op een in te dienen verzoek aan de minister om een verblijfsvergunning met gebruikmaking van die bevoegdheid. Bij brief van 14 juni 2019 heeft [appellant] de minister in gebreke gesteld voor het niet tijdig nemen van een beslissing op dit verzoek. Op 2 juni 2020 heeft [appellant] beroep bij de rechtbank ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing. De rechtbank heeft overwogen dat het verzoek van [appellant] niet is bedoeld als verzoek om openbaarmaking op grond van de Wet openbaarheid van bestuur, maar om het feitelijk verstrekken van informatie.
De uitspraak op rechtspraak.nl