ABRvS 7 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:475

Bij besluit van 25 juni 2019 heeft het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het hoogheemraadschap van Rijnland een verzoek om handhaving ten aanzien van een strekdam op het perceel van [appellant] afgewezen. [appellant] is eigenaar van de percelen aan de [locatie 1] en [locatie 2] te Kudelstaart. Aan de oostkant van deze percelen, aan de Westeinderplassen, ligt een strekdam. Deze strekdam is met de percelen van [appellant] verbonden. Een groep omwonenden, deels samenvallend met [partij] en anderen, heeft het college verzocht handhavend op te treden tegen overtredingen die betrekking hebben op de strekdam. Zij hebben zich op het standpunt gesteld dat [appellant] de dam heeft verlengd en verzwaard door voorwerpen op de strekdam en in het omringende water aan te brengen en door beton te storten. Dit verzoek is door het college bij besluit van 25 juni 2019 afgewezen. Het college heeft zich in dit besluit op het standpunt gesteld dat is geconstateerd dat de recent uitgevoerde werkzaamheden door [appellant] overeenkomen met de door [appellant] gedane melding voor het aanbrengen van betonnen materialen als oeverbescherming.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken