ABRvS 20 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4740

Bij besluit van 16 mei 2018 heeft het college [partij], als drijver van een inrichting aan de [locatie] in Den Haag, onder oplegging van een dwangsom van € 7.500,00 per overtreding per dag, met een maximum van € 22.500,00, gelast om de op grond van artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit voor de inrichting geldende geluidsnormen niet meer te overtreden. Het college heeft daarbij met toepassing van artikel 5.18 van de Wabo bepaald dat dit besluit mede geldt jegens de rechtsopvolger van [partij] en iedere verdere rechtsopvolger en het college heeft dit besluit ingeschreven in het gemeentelijke beperkingenregister. De inrichting betrof een cafébedrijf dat door [partij] werd geëxploiteerd onder de naam [bedrijf B]. Op 14 november 2018 is [appellant] aan de [locatie] in Den Haag een cafébedrijf gaan exploiteren onder de naam [bedrijf A]. Naar aanleiding van een controle heeft het college bij besluit van 5 februari 2019 besloten tot invordering van een door [appellant], als rechtsopvolger van [partij], verbeurde dwangsom.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken