ABRvS 13 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4595

Bij besluit van 25 juli 2023 heeft de Nationale ombudsman [appellant] krachtens artikel 2:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht voor de duur van zes maanden geweigerd als gemachtigde. In het besluit van 25 juli 2023 heeft de ombudsman [appellant] voor de duur van zes maanden geweigerd als gemachtigde, omdat tegen hem ernstige bezwaren bestaan. Volgens de ombudsman bestaan die bezwaren erin dat [appellant] de Wet open overheid zowel in zijn eigen procedures als in procedures die hij voor anderen voert, gebruikt voor een ander doel dan waarvoor die wet is bedoeld, zodat sprake is van misbruik van recht. Hierbij heeft de ombudsman verwezen naar zijn besluiten van 12 december 2022 en 14 april 2023, waarin hij, voor zover hier van belang, door [appellant] ingediende Woo-verzoeken met toepassing van de antimisbruikbepaling van de Woo, artikel 4.6, buiten behandeling heeft gesteld. [appellant] betoogt dat de rechtbank het besluit van 25 juli 2023 ten onrechte in stand heeft gelaten. Volgens hem heeft de ombudsman hem ten onrechte tegengeworpen dat hij misbruik van recht heeft gemaakt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken