ABRvS 13 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4530
Bij besluit van 30 maart 2021 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan [appellant] een aanbod gedaan als bedoeld in artikel 6.8, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit geluidhinder, voor het aanbrengen van geluidwerende voorzieningen aan zijn woning aan de [locatie] in Katwijk. Bij het "Besluit hogere grenswaarden wegverkeerslawaai inpassingsplan RijnlandRoute" van 10 december 2014 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland voor onder meer de woning van [appellant] een hogere waarde vastgesteld voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vanwege het wegverkeer op de te reconstrueren N206 ir. G. Tjalmaweg. Gelet hierop is de woning van [appellant] in aanmerking genomen voor het van overheidswege aanbrengen van geluidwerende voorzieningen, als bedoeld in hoofdstuk 6 van het Besluit geluidhinder, en is een akoestisch en bouwtechnisch onderzoek, als bedoeld in artikel 6.5, bij zijn woning uitgevoerd. Op basis van dit onderzoek komt zijn woning in aanmerking voor het aanbrengen van geluidwerende voorzieningen.
De uitspraak op rechtspraak.nl