ABRvS 6 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4502
Bij besluit van 27 augustus 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem [appellant A] onder oplegging van een dwangsom gelast de bewoning van het bedrijfspand aan het [locatie] in Leimuiden binnen twaalf weken te (laten) beëindigen en beëindigd te houden en het bedrijfspand terug te brengen in de staat waarin deze bij bouwvergunning van 29 juni 1981 is vergund. [appellant A] is eigenares van het bedrijfspand. Bij een inspectie op 28 november 2018 hebben toezichthouders van de gemeente Kaag en Braassem vastgesteld dat de eerste verdieping van het pand was verbouwd naar drie wooneenheden, waarvan er twee geschikt waren voor zelfstandige bewoning. [appellant A] verhuurde deze wooneenheden, die ieder een eigen ingang hadden en beschikten over een keuken, een toilet en een douche of een bad. In wooneenheid 1 verbleven meerdere personen in wisselende samenstellingen en voor wisselende periodes. Wooneenheid 2 werd gehuurd en bewoond door [appellant B]. In wooneenheid 3 woonde een andere persoon. De verbouwing van het bedrijfspand was volgens het college zonder vergunning en in strijd met het geldende bestemmingsplan "Kernen Leimuiden-Rijnsaterwoude" uitgevoerd. Ook de bewoning was volgens het college in strijd met het bestemmingsplan, omdat de bewoning niet noodzakelijk was voor een op het terrein aanwezig bedrijf.
De uitspraak op rechtspraak.nl