ABRvS 30 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4396

[appellant] heeft beroep ingesteld tegen het niet op tijd nemen van een besluit door de Nationale ombudsman. [appellant] stelt dat hij in 2015 bezwaar heeft gemaakt bij de Nationale ombudsman. Volgens hem weigert de Nationale ombudsman om een besluit te nemen. Daarom heeft hij op 5 mei 2021 een beroep niet tijdig beslissen ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft bij uitspraak van 30 maart 2022 overwogen dat uit artikel 1:1, tweede lid, aanhef en onder f van de Algemene wet bestuursrecht volgt dat de Nationale ombudsman geen bestuursorgaan is. De Nationale ombudsman kan daarom geen besluit nemen waartegen beroep bij de bestuursrechter kan worden ingediend. De rechtbank heeft zich daarom onbevoegd verklaard. De rechtbank heeft het door [appellant] ingestelde verzet tegen deze uitspraak bij uitspraak van 11 oktober 2022 ongegrond verklaard. [appellant] betoogt in hoger beroep dat hij door de Nationale ombudsman structureel wordt gediscrimineerd. Volgens hem handelt de Nationale ombudsman in strijd met artikel 14 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen