ABRvS 30 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4375
Bij twee afzonderlijke besluiten van 11 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Boxtel aan [appellant] en [appellant A] respectievelijk [appellant B] en [appellant C] lasten onder dwangsom opgelegd. In de besluiten is gelast de splitsing van de woning op de percelen [locatie 1] en [locatie 2] ongedaan te maken en de totale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken op de percelen terug te brengen naar 150 m², of de oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken in overeenstemming te brengen met de vergunde situatie. De familie [appellant] woont aan de [locatie 1]-[locatie 2]. Daar staat een woonboerderij die in het verleden is gesplitst in twee woningen. [appellant] en [appellant A] wonen op [locatie 2] en [appellant B] en [appellant C] op [locatie 2]. [vader] heeft de percelen in 1997 aangekocht en naderhand aan zijn dochters verkocht. In het achtererfgebied van het perceel [locatie 1] staan meerdere bijbehorende bouwwerken, waaronder een paardenstal op het perceel met nummer 707. Voor dit bouwwerk is in 1972 een vergunning verleend voor een oppervlakte van 168 m². In het achtererfgebied van het perceel [locatie 2] staat onder meer een mantelzorgwoning in aanbouw.
De uitspraak op rechtspraak.nl