ABRvS 30 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4374
Bij besluit van 30 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Waalwijk [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast om voor 1 juli 2020 de kamergewijze verhuur van de woning aan het [locatie] te Waalwijk te (doen) staken en gestaakt te (doen) houden. [appellant] is eigenaar van het pand [locatie] in Waalwijk. Het betreft een bovenwoning van twee verdiepingen, met drie slaapkamers en gemeenschappelijke ruimten, zoals een woonkamer, keuken, douche en toilet. Op 20 november 2019 is bij een controle door toezichthouders van de gemeente geconstateerd dat het pand was verhuurd aan vier arbeidsmigranten. Op 22 en 24 januari en 4 februari 2020 hebben opnieuw controles bij de woning plaatsgevonden. Uit het daarover opgemaakte controlerapport blijkt dat op 22 en 24 januari geen bewoners aanwezig waren en dat op 4 februari wel een bewoonster aanwezig was, die verklaarde dat dezelfde bewoners als in november 2019 nog in de bovenwoning woonden en dat op dat moment geen sprake was van een gezamenlijke huishouding, maar dat dat wellicht in de toekomst wel zo zou kunnen zijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl